Ervaringsverhaal van Joyce

Kliniek de Boerhaven
Joyce vertelt over haar ervaring

Om eens uit de praktijk te horen hoe cliënten de therapie bij de Boerhaven ervaren, hebben we afgesproken met Joyce. Joyce is er ongeveer een half jaar cliënt. Ze wil graag met anderen delen hoe ze bij de Boerhaven terecht is gekomen en hoe de therapie bij de Boerhaven eruitziet. 

Wanneer de achtentwintigjarige Joyce via Microsoft Teams op ons beeld verschijnt, geeft ze na een korte introductie aan waarom ze zo graag mee wil doen aan het interview: “Ik weet gewoon hoe lastig het is als je depressieve gedachtes hebt en dat het moeilijk is om erover te praten. Ik wil mensen laten weten dat ze zich nergens voor hoeven schamen.”


Joyce geeft aan dat ze tijdens haar jeugd in Losser en later Overdinkel veel heeft meegemaakt: “Mijn ouders zijn gescheiden toen ik zeven jaar was en als kind is dat natuurlijk erg lastig. Ik kan echter niet zeggen dat ik een slechte kindertijd heb gehad. Ik had toen in ieder geval geen depressieve klachten. Dat kwam pas net na de puberteit”. Tijdens haar studie Sociaal Pedagogische Hulpverlening kreeg Joyce voor het eerst te maken met depressieve gevoelens: “Ik merkte dat de stress van het alsmaar dingen moeten, me gewoon teveel werd. Tijdens de studie SPH is het ook belangrijk dat je naar jezelf en je eigen gevoel kijkt en dat vond ik heel onprettig. Door mezelf te analyseren, haalde ik oude opgekropte emoties naar boven. Deze emoties had ik tot die tijd alleen maar weggedrukt. Hierdoor kreeg ik te maken met een depressie en begon ik suïcidale gedachten te ontwikkelen. Soms zag ik het helemaal niet meer zitten en dan plotseling weer wel. De diepe dalen werden echter steeds zwaarder.”

Nadat Joyce deze gevoelens aan haar Studie Loopbaan Begeleider kenbaar maakte, besloten ze samen dat een bezoek aan de huisarts verstandig was. De huisarts onderkende het probleem en besloot haar door te verwijzen naar Mediant. Na gesprekken met een psycholoog werd de diagnose borderline gesteld. Voor Joyce was dit aan de ene kant best een opluchting: “Opeens viel er best wel veel op zijn plek. Ik snapte nu waarom ik me soms plotseling zo depressief kon voelen en het volgende moment juist weer wat beter. Die schommelingen zijn kenmerkend voor iemand met borderline. Ik kon het vanaf dat moment ook aan anderen uitleggen. Ook mijn omgeving vond het fijn dat ik nu iets had om mee aan de slag te gaan.”


De schematherapie die ze bij Mediant kreeg, hielp haar om weer wat stapjes te zetten en Joyce begon ondertussen aan een nieuwe studie: “SPH was achteraf te confronterend voor mij, dus besloot ik wat nieuws te kiezen. Nadat ik een jaar bij T-mobile had gewerkt, ging ik uiteindelijk voor de studie Sociaal Juridische Dienstverlening. Zo bleef ik wel een beetje in hetzelfde domein.” Ze kreeg in die periode een relatie en de depressieve gedachten waren wat verder naar de achtergrond verdreven. Toen Joyce aan haar afstuderen begon, besloot ze vol goede moed om voor de liefde naar Gouda te verhuizen: “We waren gelukkig samen en we wilden graag samen zijn. Voor mijn afstudeeropdracht hoefde ik niet in Deventer op het Saxion te zijn, dus zocht ik een afstudeerplek in de regio Gouda en ging ik het avontuur tegemoet.”
Het avontuur werd echter niet wat Joyce ervan had gehoopt: “Door de stress van het afstuderen ging het weer slechter met me. Ook op persoonlijk vlak ging het niet zo lekker. Ik raakte vrienden kwijt doordat ik verhuisde en de depressieve gedachten kwamen terug. Mijn vriend sportte altijd heel veel en ik begon mee te doen. Vooral omdat ik graag strak en fit wilde zijn. Daar sloeg ik na een tijdje alleen helemaal in door. Ik stond wel vijf keer per week in de sportschool en hield me aan een heel strak voedingsschema. Dit werd me na een tijdje allemaal te veel. Ik kon dat schema niet volhouden en moest uiteindelijk stoppen met sporten. Doordat ik niet meer sportte, begon ik me te richten op mijn voeding. Door minder te eten probeerde ik alsnog af te vallen. Mijn obsessie verschoof steeds meer van sporten naar eten. Ik was obsessief bezig met mijn gewicht. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in Anorexia.“


Voor deze problematiek werd Joyce opgenomen bij de Rivierduinen Kliniek in Leiden om aan haar eetstoornis te werken. Voorafgaand aan haar opname kreeg haar vriend een herseninfarct. Dit hakte er natuurlijk zwaar in bij Joyce: “Het duurde vrij lang voordat ik kon worden opgenomen. Dat gaf veel stress. Toen mijn vriend tot overmaat van ramp een herseninfarct kreeg, was dit een enorme schok. Hij had het erg zwaar, en ik wilde hem niet lastigvallen met mijn problemen. Ik had last van depressies en dacht aan zelfdoding. Dit wilde ik echter niet met hem delen, dus probeerde ik het niet te laten merken.” Door keihard te werken wist Joyce in deze periode toch haar afstudeeropdracht na een herkansing alsnog te behalen. Toen ze daarna in de kliniek werd opgenomen werd de eetstoornis van Joyce aangepakt, maar de depressieve klachten gingen niet weg. Ze bleef depressief en vaak dacht ze aan zelfdoding. Uiteindelijk liep tot overmaat van ramp ook haar relatie stuk.


Nadat ze de behandeling in Leiden had afgemaakt voelde Joyce zich wel sterk genoeg om de strijd met haar depressie aan te gaan: “Het ging gewoon niet goed met me, ik wist niet waar ik het zoeken moest. Na mijn behandeling kwam vanuit Rivierduinen toen de doorverwijzing naar de Boerhaven. Ik wilde graag terug naar Twente, maar vijf dagen in de week therapie volgen en tussendoor niet naar huis kunnen, klinkt natuurlijk erg zwaar. Ik twijfelde wel, maar ik wist dat ik het nodig zou hebben. Inmiddels had ik mijn eetstoornis dusdanig onder controle dat een vervolgstap mogelijk was. Ik ging naar de Boerhaven, en zou daar een jaar gaan wonen. Dat was wat ik nodig had, daar raakte ik zelf ook van overtuigd.”


Inmiddels is Joyce al een half jaar opgenomen en is ze dus op de helft van haar behandeling: “De eerste twee weken werd ik meegenomen door medecliënten. Mijn “maatjes” werden ze genoemd. Ze lieten me zien hoe het werkt bij de Boerhaven. Hoe werkt de dagstart, wanneer eten we, waar is de therapie, met dat soort vragen hielpen ze me. We zijn met een leefgroep van twintig personen, dus het was even wennen om met iedereen op één plek te wonen.”


Joyce viel in die eerste weken terug in oude gewoontes: “Ik deed gewoon weer of ik nergens last van had, zoals ik altijd had gedaan. Ik wilde dat iedereen me aardig vond zoals altijd en zette mezelf niet op de eerste plek. Eigenlijk hield ik mezelf daarmee voor de gek. Dat besefte ik toen niet, maar nu wel. Ik stelde me na die eerste periode wat meer open. Ik liet steeds meer van mezelf zien. De persoon die ik echt ben, niet de persoon waarvan ik denk dat anderen die willen zien. Doordat mijn groepsgenoten weten wat het is om last te hebben van persoonlijkheidsproblematiek zoals een negatief zelfbeeld, depressie, suïcidaliteit en verlatingsangst konden ze er ook voor me zijn. Dat gaf een gevoel van vrijheid. Er is namelijk geen schaamte.”


Vijf dagen in de week volgt ze allerlei verschillende therapievormen. Iedere dag zijn er ongeveer drie therapieblokken. Dat is onwijs intensief volgens Joyce: “Het fijne van deze behandeling is eigenlijk dat het zo zwaar is. Er is geen mogelijkheid om eronder uit te komen. Ik noem het wel eens een hogedrukketel. Je moet de confrontatie met jezelf aangaan. Dat is loodzwaar, maar ik besef me ook dat er in Nederland bijna geen andere plek is waar ik dit kan doen en dat ik dus eigenlijk ook geluk heb met deze kans. Wekelijks houd ik me bezig met onder ander psychotherapie, drama, sociotherapie en psychomotorische therapie. Ik ben er nog lang niet, maar het ergste is achter de rug. Ik heb al veel inzicht in mijn gedachteproces gekregen. Ik weet waar ik aan moet werken en dat ga ik de komende periode doen. Het gaat me lukken, dat weet ik zeker. Dat het zwaar wordt, weet ik ook zeker. Maar dat is niet erg. Dat mag er zijn.”


Het komende half jaar gaat Joyce er met frisse moed weer tegenaan en daarna blijft de Boerhaven bij haar betrokken: “Ik krijg daarna nog een half jaar lang elke week een dag therapie. Dat lijkt me fijn, omdat je dan niet direct in het diepe wordt gegooid. En zelfs daarna gaat de trajectbegeleiding nog door, zodat ik kan uitzoeken welke kant ik met mijn toekomst op wil. Misschien iets met mijn studie, misschien ga ik wel heel iets anders doen. Eerst gaat mijn volle focus op het volgende half jaar, ik ga alles geven voor mijn herstel.”
We spreken af om over een half jaar nog eens contact te hebben en we bedanken haar voor dit dappere gesprek!